Mist wekt geen extreme indruk. Toch kan het zo gevaarlijk zijn voor in het bijzonder autoverkeer dat een melding op zijn plek is. In deze factsheet lees je wat je moet weten over mist en wanneer het gemeld moet worden.
Door Hans Nienhuis | Hans Stans
Dichte mist en/of zeer lokaal gevormde mist is een gevaar voor verkeerdeelnemers. Elk jaar geeft het aanleiding tot ongevallen met schade, gewonden en doden als gevolg. Grootschalige mist zit meestal wel in de verwachtingen en waarschuwingen, maar soms is het lastig te bepalen wanneer het begint en of het plaatselijk zal zijn, zodat mist ondanks zijn tamme imago toch als een verrassing kan komen.
Let op: het Skywarn meldcriterium is maximaal 100 meter zicht, dit i.t.t. de officiële criteria van 200 meter voor dichte mist en 50 meter voor zeer dichte mist. Wees dus zeker dat de zichtwaarde 100 meter of minder is voordat je een melding indient.
Neem je schade waar (ongevallen) en is zeker dat de oorzaak mist is maar is de zichtwaarde op dat moment hoger dan het meldcriterium, of kan dat niet (meer) bepaald worden, dien dan een schademelding in (oorzaak "dichte mist") en omschrijf de schade.
Het inschatten van het zichtbereik kan moeilijk zijn, zeker als dit net wel/niet rond het meldcriterium van 100 meter ligt. Bij daglicht ziet het er anders uit dan bij nacht en ook contrast speelt een rol. Een grauw onverlicht gebouw zal altijd slechter zichtbaar zijn als een wit gebouw dat ook nog eens hel verlicht is.
Dat er bij verkeersdeelname de nodige extra aandacht moet zijn spreekt voor zich: zowel bij het rijden in de auto (licht, snelheid) als bij alle andere vormen van verkeersdeelname (zichtbaarheid).
💡 Meer hierover in Extreem weer waarnemen: tips en veiligheid
Zoals gezegd is stralingsmist de meest voorkomende mistsoort. Dit treedt het meeste op in vrijwel windstille nachten, vaak bij hogedruk. Ondanks dat verwachtingen hierover lastig - en dus onzeker - zijn zit de kans op mist meestal goed in de weerberichten. Dit is ook het geval als mistvelden of warme vochtige lucht over koude bodem met de algemene stroming mee naar ons land bewegen (geadvecteerd worden). Toch komt onverwachte dichte mist of zeer lokale mistbanken regelmatig voor en zijn Skywarn waarnemingen daarom meer dan welkom.
Warme lucht kan meer vocht (waterdamp) bevatten dan koude(re) lucht. Om de hoeveelheid vocht in de lucht uit te drukken gebruiken we de Relatieve Vochtigheid (RV) weergegeven in %. 100% RV is dus de maximale hoeveelheid vocht die de lucht kan bevatten bij een gegeven temperatuur.
Daalt nu de temperatuur, dan zal de RV dus toenemen totdat de temperatuur het dauwpunt bereikt, de temperatuur waarbij de RV 100% ('verzadiging') is geworden. Bij het nog verder dalen zal het overschot aan vocht uitcondenseren. Dat kan op vaste voorwerpen (mits die een temperatuur hebben lager dan het dauwpunt, vandaar het woord dauw ook), maar het kan ook in de lucht zelf gebeuren waarbij condensatie plaatsvindt op allerlei deeltjes en stofjes die rondzweven. Er ontstaan dan miljoenen kleine druppeltjes die het zicht belemmeren.
De hoogte van de dauwpuntstemperatuur is dus afhankelijk van de hoeveelheid vocht in de lucht. Is de lucht bijzonder vochtig, dan zal het dauwpunt ook hoger zijn (of beter: het verschil tussen luchttemperatuur en dauwpunttemperatuur zal kleiner zijn). Overigens is ook de luchtdruk nog van enige invloed op het dauwpunt, maar dat is voer voor specialisten.
Bij stralingsmist verliest de bodem meer temperatuur door uitstraling dan door instraling ontvangen wordt. De grond koelt dus af, waarbij de (vrijwel) stilstaande luchtlaag erboven mee afkoelt en zo het dauwpunt kan bereiken. In de zomer met de kortere nachten zal het dan meest gaan om een dun laagje grondmist, in de winter kan de mistlaag veel dikker (=hoger) worden.
Er mag niet teveel wind staan, dan wordt de mist weg gemengd. Valt de wind echt helemaal weg, slaat de mist wel eens neer ('dauw') en is het zicht (weer) goed.