29/11/2022 (niet ingelogd)

KNMI Guidance

Valid: 2020-05-02 18:14:29 - 2020-05-03 24:00:00

Issued: 02-05-2020, forecaster: schaikm
KNMI - Disclaimer

Synoptische situatie:

Een sturend hoogtelaag boven het zuiden van Zweden beweegt langzaam oostwaarts richting de Oostzee, waar het op zondag opvult. Een west- tot noordwestelijke stroming voert maritiem polaire lucht aan. Een zwakke trekrug boven ons land verlaat het oosten aan het einde van de dag. Een opvullend hoogtelaagje boven het noorden van het FIR gebied trekt vannacht en morgenochtend (zuid)oostwaarts over het noorden van het land. Rondom dit opvullende hoogtelaag is sprake van een ingedraaide occlusie. Aan de zuidflank van deze occlusiekrul lijkt nog een ONO-WZW geori├źnteerde convergentiezone te zitten, herkenbaar als een vore, waar de lucht wat vochtiger is. Zondag overdag breidt van het westen uit geleidelijk een zadelgebied uit over onze omgeving. We blijven in de maritiem polaire lucht maar de westelijke stroming neemt steeds verder in kracht af.

Modelbeoordeling:

De synoptische ontwikkeling wordt door de diverse modellen eenduidig beschreven. De neerslag is overwegend convectief van aard en het karakter van de buien wordt door de Harmoniemodellen uiteraard het meest realistisch weergegeven. Qua bewolking lopen de modellen uiteen wat vooral voor de zichtwaarden komende nacht van belang is. Enkele mistbanken zijn niet uit te sluiten daar waar opklaringen aanwezig zijn. De kans is het grootst in een strook over het midden van het land waar weinig wind zal staan. Hirlam berekent dit als enige aangezien vooral in dit model breden opklaringen aanwezig zijn. TAFG kansen op mist zijn klein.

Wind(stoten):

Geen bijzonderheden.

Bewolking:

In de polaire lucht veelal ondiepe cumuliforme bewolking, in het noorden ook lage Sc bewolking. Later in de avond en vooral in de nacht naar zondag een mengeling van convectieve en stratiforme bewolking op nadering van en bij de occlusie, behorende bij het opvullende hoogtelaag. Cb-toppen dan aanvankelijk nog tot maximaal FL200, maar de onstabiliteitsdiepte neemt geleidelijk af. We zien bovendien een iets sterker signaal voor St, zowel boven land als boven zee. De eerdergenoemde convergentiezone / vore lijkt hier ook een rol te spelen. Zondag overdag op dagelijkse gang vorming van Cu/TCu, tophoogte nog net tot FL100. Boven de noordelijke helft van de FIR boven de Noordzee blijft nog lang vrij veel stratiforme bewolking aanwezig.

Zicht:

In de polaire lucht goede zichtcondities. In buien matige zichten. Komende nacht lokaal mogelijk nevel of een enkele mistbank.

Neerslag:

Momenteel droog. Later in de avond verschijnen er enkele lichte buien in het westen van de FIR en trekken in de nacht over het midden en noorden van het land, de CAPE is met 100-200 J/kg een stuk minder. Ook overdag zien we nog enkele geïsoleerde buien, dan met een CAPE van max. 100-200 J/kg en een schering van ca. 10 kn is de convectiemodus single cell.

Temperatuur:

Geen bijzonderheden.

Sluiten